Mijn Blog
Blog, Optimaal Digitaal05 juni 2026

Mijn tien voorspellingen voor digitalisering in het funderend onderwijs tot 2030

Door Paul Ossewold

In december 2019 voorspelde ik dat digitale communicatie onmisbaar zou worden. Drie maanden later gingen de scholen dicht en gaf elke leraar les via een scherm.


Het was een van tien voorspellingen, naast de cloud als standaard en slim uitbesteden. Veel ervan kwam uit, alleen om een reden die ik nergens had zien staan. Geen strategie maakte het onderwijs digitaal. Een virus deed het in twee weken.

Voorspellen is dus een bescheiden bezigheid. Toch doe ik het opnieuw, nu specifiek voor de digitalisering in het funderend onderwijs tot 2030. Een voorspelling dwingt je te kiezen wat je vandaag regelt. Mijn maatstaf bij elk van de tien: wat moet een bestuur nu in gang zetten om in 2030 niet achter de feiten aan te lopen? Ik baseer ze op wat ik zie bij de besturen waar ik werk en op beleid dat al vastligt.

1. Het Normenkader IBP FO wordt gewone bedrijfsvoering

De datums liggen vast. Vóór 1 januari 2027 heeft elk schoolbestuur een zelfevaluatie en een plan van aanpak. Uiterlijk 1 januari 2030 voldoet het op alle normen aan volwassenheidsniveau 3. Mijn voorspelling gaat over wat eromheen gebeurt. De Inspectie van het Onderwijs krijgt een rol in het toezicht. De Autoriteit Persoonsgegevens wees al in 2024 op schaduw-ICT: apps die leraren zelf inzetten zonder dat iemand naar privacy kijkt. En wie een cyberverzekering wil, merkt dat verzekeraars eerst vragen naar tweestapsverificatie, back-ups en een incidentplan. In 2030 hoort het Normenkader bij de bedrijfsvoering, net als de jaarrekening. Wie het als ICT-klus wegzette, doet het dan opnieuw. Het Normenkader is geen ICT-feestje.

2. AI komt de klas in, met of zonder kader

AI zit al in de klas. Leerlingen gebruiken het voor hun werkstuk, leraren voor hun lesvoorbereiding. De Europese AI-verordening verplicht organisaties sinds februari 2025 om te werken aan de AI-geletterdheid van iedereen die met AI werkt. De strengere regels voor hoog-risicotoepassingen, zoals systemen die leerresultaten beoordelen of over toelating beslissen, schuiven volgens het Europese akkoord van mei 2026 op naar december 2027. Ik voorspel dat AI tegen 2030 op vrijwel elke school meekijkt bij terugkoppeling en differentiatie. Het verschil zit in de volgorde. Scholen die eerst afspreken wat AI mag beoordelen en wat de leraar zelf doet, voeren nieuwe tools rustig in. Scholen zonder die afspraken lopen van incident naar ouderavond.

3. De ICT-coördinator zoals we die kennen verdwijnt

Op veel basisscholen is de ICT-coördinator nog een leraar die op dinsdagmiddag de accounts, de printer en het netwerk doet. Dat houdt geen stand. Beheerde werkplekken en gedeelde servicedesks halen het technische werk naar het bestuur of een partner. Op schoolniveau blijft de vraag over hoe technologie het onderwijs beter maakt. Die vraag hoort bij de digicoach, de leraar met digitale affiniteit die collega’s meeneemt. Op bestuursniveau ontstaat een regierol die techniek en onderwijs verbindt en aanschuift bij het college van bestuur. Wie in 2030 alles nog bij één persoon op één school legt, legt het nergens neer.

4. Besturen gaan samen inkopen en beheren

Een bestuur met vijf basisscholen kan geen securityspecialist, applicatiebeheerder en privacyjurist in dienst nemen. Het Normenkader vraagt die kennis wel. Het antwoord is samenwerken: gedeelde ICT-diensten, gezamenlijke aanbestedingen, gedeelde expertise. In februari 2026 kondigde de staatssecretaris een actieplan digitalisering funderend onderwijs aan. Bij die Kamerbrief zat een rapport over de afhankelijkheid van scholen van grote techbedrijven. Die afhankelijkheid los je niet als los bestuur op. Ik verwacht dat samenwerking in 2030 de norm is, en dat de eilandcultuur van één school met één coördinator een dure uitzondering wordt.

5. Digitale geletterdheid moet een plek in het rooster krijgen

Deze voorspelling is voor de helft al uitgekomen. Begin juni 2026 stemde de Eerste Kamer in met de herziening van de kerndoelen, met digitale geletterdheid naast lezen, schrijven, rekenen en burgerschap. Volgens Kennisnet gelden de nieuwe kerndoelen vanaf 1 augustus 2027 officieel en begint de Inspectie in 2031 met toezicht. De andere helft is spannender. Een kerndoel op papier is nog geen onderwijs. Ik voorspel dat er in 2030 een zichtbare scheiding loopt tussen scholen met een doorlopende leerlijn en scholen die het bij een projectweek houden. Die tweede groep schrikt in 2031.

6. De leerling wordt gesprekspartner

Kijk naar de digitale besluiten van de afgelopen jaren en tel hoe vaak de leerling aan tafel zat. Sinds januari 2024 gaat de mobiele telefoon in het vo niet meer mee de klas in, sinds de zomer van 2024 ook in het po. Een goede afspraak, met goede redenen. De eerste evaluatie vroeg schoolleiders en docenten hoe het ging. We begrenzen, beperken en verbieden, en meestal over de hoofden heen van degene om wie het gaat.

Dat houdt geen stand. In de scholen waar ik kom, gebruiken leerlingen AI al lang voordat er beleid ligt. Ze weten welk leerplatform werkt en welke app vastloopt. En de nieuwe kerndoelen vragen dat ze kritisch leren nadenken over wat technologie met hen doet. Dat leer je slecht van regels die alleen over je worden gemaakt. In het vo zit de leerling al in de medezeggenschapsraad, maar een digitale keuze komt daar meestal pas langs als hij al gemaakt is.

Ik voorspel dat scholen tegen 2030 de leerling als gesprekspartner zien: bij het AI-beleid, bij de keuze voor een leerplatform, bij de afspraken over schermen. Ouders schuiven ook vaker aan, omdat ze willen weten waar de gegevens van hun kind heen gaan. Het grootste verschil maakt toch de school die de leerling zelf vraagt wat werkt.

7. Hybride onderwijs vindt een kleine, vaste plek

Na de coronajaren gingen de meeste scholen zo snel mogelijk terug naar gewoon lesgeven. Toch blijven er situaties waarin afstand iets oplevert: een langdurig zieke leerling die vanuit huis meedoet, een vakdocent die op drie locaties lesgeeft, een verrijkingsgroep over scholen heen. Ik voorspel voor hybride onderwijs een bescheiden, blijvende plek als gereedschap voor uitzonderingen. De klas blijft de basis. Scholen die er nu op kleine schaal mee oefenen, hebben in 2030 de afspraken en de techniek klaarstaan wanneer het nodig is.

8. Verschillen in digitalisering in het funderend onderwijs worden meetbaar

Digitalisering is ongelijk verdeeld. Een groot bestuur met een eigen ICT-afdeling investeert anders dan een eenpitter in een krimpregio. Vandaag zie je dat verschil in laptops en netwerken, tegen 2030 ook in wat leerlingen kunnen: informatie beoordelen, veilig online werken, verstandig omgaan met AI. De kerndoelen maken dat verschil straks zichtbaar. Ongemakkelijk, en juist daarom nuttig. Voor kleine besturen is de samenwerking uit voorspelling 4 de snelste weg om die achterstand in te halen.

9. Een groot datalek treft het onderwijs via een leverancier

Scholen verwerken steeds meer persoonsgegevens via steeds meer leveranciers. Elke koppeling is een deur. In 2025 zag de zorg hoe dat misloopt. Bij een hack van laboratorium Clinical Diagnostics lagen de gegevens van honderdduizenden deelnemers aan het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker op straat. De hackers kwamen niet binnen bij het bevolkingsonderzoek zelf, maar bij een partij waaraan het werk was uitbesteed. Ik hoop dat ik ongelijk krijg. Toch verwacht ik dat het funderend onderwijs voor 2030 een lek van die omvang meemaakt, via een leermiddel, een leerlingvolgsysteem of een toetsplatform. Dan telt één vraag: kan het bestuur laten zien dat het deed wat redelijkerwijs van een bestuur verwacht mocht worden? Een inventarisatie van waar je nu staat is daarvoor het begin.

10. De school die haar mensen serieus neemt, staat het sterkst

Mijn laatste voorspelling is de zekerste. Na alle AI, cloud en leerplatforms staat in 2030 de school het sterkst die haar mensen serieus neemt. Leraren die tijd krijgen om te leren werken met wat er binnenkomt. Leerlingen die gekend worden, en niet alleen gevolgd in een dashboard. Bestuurders die technologie kiezen omdat die hun onderwijs dient. Vanzelfsprekend, zou je zeggen. Toch zie ik vaak de omgekeerde volgorde: eerst het systeem, dan de uitleg, en daarna de weerstand.

Over vier jaar lees ik dit terug. Een paar voorspellingen zitten dan naast, en er gebeurt vast iets wat niemand hier ziet staan. Welke van deze tien wil jij in 2030 zien uitkomen op je eigen scholen, en wat zet je daar komend schooljaar voor in gang?


Volgende stap. Wil je weten hoe jullie bestuur ervoor staat richting 2027 en 2030? Begin met een inventarisatie digitaal veilig onderwijs, zoek een verandermanager die het programma trekt, of plan een gratis kennismaking van 45 minuten.

Lees ook. AI is geen applicatie: AI-infrastructuur in het onderwijs en De webcamdocent van 2019: wat technologie wel en niet doet tegen het lerarentekort.


Bron: Ministerie van OCW, Digitaal veilig onderwijs vraagt nu actie van schoolbesturen; Kennisnet, Digitaal veilig onderwijs in 2030; Autoriteit Persoonsgegevens, AP ziet grote uitdagingen voor onderwijs; SIVON, Cybersecurityverzekering; Gibson Dunn, EU AI Act Omnibus Agreement; Rijksoverheid, Kamerbrief actieplan digitalisering in het funderend onderwijs; Eerste Kamer, Senaat stemt in met nieuwe kerndoelen onderwijs; Kennisnet, Nieuwe kerndoelen digitale geletterdheid; Rijksoverheid, OCW-onderzoek naar de mobieltjesafspraak; NOS, Datalek bevolkingsonderzoek blijkt nog groter.