Op bijna elke school is er een collega die iedereen belt als het digitaal misgaat. De vraag is of het bestuur weet wie dat is, en wat de digicoach in het onderwijs nodig heeft.
Half maart 2020 gingen de scholen dicht. Binnen een paar dagen gaven leraren les via een scherm, en op vrijwel elke school stond één collega midden in dat gebeuren. Degene die wist hoe je een klas aanmaakt, die ’s avonds laat nog appjes beantwoordde van collega’s wier microfoon het niet deed. Niemand noemde het een functie. Iedereen wist wie het was.
In augustus 2020 schreef ik op deze plek dat we zouden doorpakken met digitalisering in het onderwijs. De scholen waren weer open, de urgentie was voelbaar en de vraag lag op tafel: gaan we terug naar hoe het was, of bouwen we verder op wat er in die weken was ontstaan?
Ruim vijf jaar later weet ik het antwoord. De tools bleven. De collega verdween weer naar de achtergrond. Die collega heeft een naam: de digicoach. En de rol van de digicoach in het onderwijs is sindsdien op veel scholen kleiner geworden, terwijl de opgave groter werd.
De digicoach is een leraar: een collega met digitale affiniteit die de rol naast de eigen lessen vervult, soms een dag per week, vaak minder. De ICT-coördinator is iets anders: die draagt de technische infrastructuur. Netwerk, apparaten, accounts en de technische kant van digitale veiligheid.
Op papier weet iedereen dat. In de praktijk zie ik in de besturen waar ik werk dat de twee rollen door elkaar lopen. De digicoach krijgt de printer die hapert, het wachtwoord dat verlopen is, de laptop die niet opstart. Zo wordt de digicoach langzaam de helpdesk van de gang. Dat kost tijd, en het kost iets wat lastiger terug te winnen is: het beeld dat collega’s van de rol hebben. Wie je belt voor een kapotte beamer, vraag je niet mee te denken over je lesontwerp.
Andersom gebeurt het ook. Dan moet de ICT-coördinator leraren didactisch begeleiden bij een nieuw platform, ver buiten het eigen vak. De rollen vullen elkaar aan, maar ze zijn niet uitwisselbaar.
De sterkste digicoaches die ik ken, zijn geen techneuten. Ze zijn bruggenbouwers. Ze weten wat een leraar op maandagochtend in het derde uur nodig heeft en welke digitale mogelijkheid daarbij past. Ze spreken de taal van de sectie en die van de ICT-afdeling, en vertalen in beide richtingen.
Die positie heeft een eigenschap die geen externe adviseur kan kopen, ook ik niet: nabijheid. De digicoach ziet elke dag wat werkt en wat niet. Kent de cultuur van binnenuit. Weet welke collega sceptisch is en waarom. Wie wel eens heeft gezien hoe een goed bedoelde vernieuwing strandt op de cultuur van een school, weet hoeveel dat waard is.
Wat vraagt dat van de persoon? Didactisch inzicht in de eerste plaats: technologie is voor een goede digicoach een middel om beter les te geven, nooit het doel. Daarnaast het vermogen om uit te leggen waarom iets verandert, en dat net zo goed te kunnen tegenover een bestuurder als tegenover die ene collega die al twintig jaar prima lesgeeft zonder laptop. Verder overzicht, want digitalisering is een traject van jaren. En tot slot nieuwsgierigheid. Niemand houdt alles bij; de juiste vragen stellen en de juiste mensen vinden is genoeg.
Zelden vind je dat allemaal in één persoon. Dat hoeft ook niet. Het profiel is een richting om in te groeien, en die groei gebeurt niet vanzelf.
Hier zit het ongemak. De digicoach kan de rol pas waarmaken als iemand hoger in de organisatie die rol serieus neemt. Die keuze ligt bij directie en bestuur. De digicoach kan er zelf weinig aan veranderen, de ICT-coördinator evenmin. In de gesprekken die ik voer, komen steeds dezelfde knoppen terug:
Je kunt tegenwerpen dat er geen ruimte is. Het lerarentekort knelt en elk taakuur is al verdeeld. Dat klopt. Toch is het de vraag wat het kost om het niet te doen. Een school die de digicoach laat verschralen tot vraagbaak, betaalt dat later terug in tools die niemand gebruikt en in digitale vaardigheid die nergens structureel landt.
Het Normenkader IBP FO maakt dit alleen maar urgenter. Elk bestuur moet vóór 1 januari 2027 een zelfevaluatie en een plan van aanpak hebben, en vóór 2030 volwassenheidsniveau 3 halen op alle normen. Veel besturen leggen dat traject terecht bij de ICT-coördinator en de privacyfunctionaris. De techniek, het beheer en de processen horen daar.
Maar het Normenkader vraagt ook om een bewustwordingsprogramma dat gebruikers bewust maakt van hun verantwoordelijkheid voor informatie. Dat zijn leraren, ondersteuners en leerlingen. En daar wringt het. Leraren leren niet omgaan met phishing of met leerlinggegevens via een beleidsdocument dat in de mail belandt. Ze leren het van een collega die het concreet maakt, met een voorbeeld uit de eigen school, in een teamoverleg waar een domme vraag stellen veilig voelt. Dat is lesgeven. En lesgeven is precies wat de digicoach kan.
Hoe social engineering binnenkomt via een overtuigende mail aan de administratie, legt een collega uit de eigen school beter uit dan welke e-learning ook. Het Normenkader is geen ICT-feestje, en de digicoach is een van de redenen waarom dat zo is.
De vraag uit 2020 is niet verouderd. Hij is alleen stiller geworden. Er is geen crisis meer die de school dwingt om binnen een week te veranderen, en dus verandert er weinig vanzelf. De scholen die destijds wel doorpakten, herken je nu aan hun digicoaches: zichtbaar, met tijd en met een stem in het onderwijsoverleg. Bij de andere scholen zit ergens een collega die het gevoel heeft dat alles op zijn of haar schouders rust, en die langzaam minder vaak de telefoon opneemt.
Denk even terug aan die weken in maart 2020. Aan de collega die iedereen belde. Werkt die nog op jouw school? En zo ja: wat heeft jullie school sindsdien gedaan om die collega de ruimte te geven die in die weken zo vanzelfsprekend leek?
Volgende stap. Wil je de digicoach en de ICT-coördinator binnen jullie bestuur een positie geven die past bij de opgave? Ik denk mee als coach voor ICT-managers of als verandermanager, of plan eerst een gratis kennismaking van 45 minuten.
Lees ook. Digitale vaardigheid organiseer je gewoon en Een professionele leerstructuur voor digitale vaardigheid.
Bron: Kennisnet, Normenkader IBP FO, norm HR.06 Bewustwording informatiebeveiliging; SIVON, Normenkader IBP FO.
Op bijna elke school is er een collega die iedereen belt als het digitaal misgaat. Ik help besturen de digicoach en de ICT-coördinator een positie te geven die past bij de opgave. Coach voor ICT-managers
Ik gebruik cookies om te zien welke pagina's gelezen worden en om video's te kunnen tonen. Je kiest zelf; je keuze wordt een jaar onthouden.