In 2019 schreef ik over een leraar die via een scherm in meerdere lokalen tegelijk lesgaf. Ruim zes jaar later weet ik meer over lerarentekort en technologie, en vooral over wat een scherm niet kan.
Op 31 oktober 2019 schreef ik over de webcamdocent. De aanleiding was een Amsterdamse basisschool die moest sluiten door een tekort aan leraren en leerlingen. Ik beschreef hoe scholen in Zeeuws-Vlaanderen met camera’s, microfoons en schermen één les op meerdere locaties tegelijk gaven. De titel stelde de vraag bewust scherp: is dit de oplossing voor het lerarentekort?
De reacties vielen in twee kampen. De een zag kansen. De ander zag een pleister op een structureel probleem. Beide kampen hadden gelijk, en dat hebben ze nog steeds.
Wat wel veranderde, is de gereedschapskist. In 2019 ging het gesprek over lerarentekort en technologie over een camera in een lokaal. Nu gaat het over taalmodellen die een lesopzet schrijven, oefenprogramma’s die zich aanpassen aan elke leerling en systemen die signaleren wie achterblijft. Het gereedschap werd krachtiger. De vraag of het de leraar vervangt, verdween daarmee niet. Ik stel inmiddels een andere vraag.
Eerst de cijfers, want daarover circuleert veel. Volgens de meting van OCW met peildatum 1 oktober 2025 ontbreekt in het primair onderwijs ongeveer 5.800 fte aan leraren, 6,3 procent van de werkgelegenheid. Een jaar eerder was dat nog ongeveer 7.700 fte (8,1 procent). In het voortgezet onderwijs daalde het tekort van 5,1 naar 3,5 procent, ongeveer 2.200 fte. Het grootste procentuele tekort zit daar bij informatica (7,7 procent), de beroepsgerichte vakken in het vmbo en techniek.
Dat klinkt als goed nieuws. Toch leest de Kamerbrief over de lerarenstrategie van december 2025 het anders. De daling is tijdelijk en hangt deels samen met het wegvallen van de NPO-gelden en dalende leerlingaantallen. Op langere termijn lopen de tekorten weer op; voor het primair onderwijs verwachten de onderzoekers na 2030 een toename in alle arbeidsmarktregio’s. Bovendien is het tekort ongelijk verdeeld. In Almere, Rotterdam, Den Haag en Amsterdam blijft het hardnekkig. Wie daar een bestuur leidt, herkent in deze cijfers geen afname. Die ziet directeuren die zelf voor de groep staan en klassen die worden samengevoegd.
Het Zeeuws-Vlaamse voorbeeld laat zien waar een scherm waarde heeft. VO Zeeuws-Vlaanderen verbindt lokalen in Oostburg, Terneuzen en Hulst, zodat één leraar bijvoorbeeld wiskunde D kan geven aan leerlingen op drie locaties. Op elke locatie afzonderlijk kiezen te weinig leerlingen het vak voor een eigen groep. Zonder verbinding verdwijnt het uit het aanbod.
Daar helpt technologie tegen het tekort: de specialist die er wél is, bereikt meer leerlingen. Het werkt bij een klein vak, bij oudere leerlingen die zelfstandig kunnen werken en bij lessen met een heldere opbouw. Het werkt niet in groep 3. Een zesjarige die vastloopt bij het lezen, heeft een volwassene naast zich nodig. Een gezicht op een scherm helpt dat kind niet verder. Het werkt evenmin op een school die de techniek neerzet zonder didactische voorbereiding. Dan hangt er een camera in een lokaal waar niemand weet wat de bedoeling is.
De coronajaren bewezen dat op grote schaal. Iedereen gaf les via een scherm, en bijna niemand wilde dat houden. Wat er wel bleef hangen, beschreef ik in zes jaar na de digitale sneltreinvaart.
Bij elke technologische ingreep stel ik inmiddels één vraag. Levert dit een leraar tijd of bereik op, of kost het die juist? Tijd, omdat een leraar die minder uren kwijt is aan administratie meer uren overhoudt voor leerlingen. Bereik, omdat een schaarse specialist via een verbinding meer leerlingen kan bedienen.
Die vraag klinkt vanzelfsprekend. In de besturen waar ik werk, zie ik haar zelden hardop gesteld. Een nieuw leerlingvolgsysteem beoordelen we op functionaliteit, een AI-tool op wat hij allemaal kan. Wat het de leraar kost aan inwerktijd, extra klikken en weer een wachtwoord, komt nauwelijks op tafel. Technologie die de leraar tijd kost, vergroot het tekort. Stilletjes, want die verloren uren verschijnen in geen enkele vacaturestatistiek.
AI maakt die vraag scherper. Een taalmodel dat in een paar minuten een eerste opzet voor een differentiatieopdracht schrijft, levert tijd op, mits de leraar weet wat hij ermee doet: controleren, bijstellen of weggooien. Een adaptief oefenprogramma laat een klas van dertig leerlingen elk op eigen niveau werken, terwijl de leraar met een groepje aan de instructietafel zit. Dat is bereik.
Toch heeft het een keerzijde. Elke tool vraagt afspraken: over privacy, over wat leerlingen ermee mogen, over wie de uitkomst controleert. Een school die dat niet regelt, legt die last bij de individuele leraar. Dan kost AI tijd. Ik hoor het regelmatig in teams: de enthousiaste docent die op eigen houtje iets uitprobeert, en de collega naast hem die niets durft omdat niemand zegt wat mag. Daarom begin ik een workshop over AI in het onderwijs nooit bij de tools, maar bij de taken van de leraar.
En het deel dat er het meest toe doet, laat zich niet automatiseren. De leraar die een leerling kent, merkt dat er thuis iets speelt en stelt op het juiste moment de juiste vraag. Elke minuut die technologie daarvoor vrijmaakt, telt. Elke minuut die ze daarvan afsnoept, ook.
Het lerarentekort is ook een werkgeversvraagstuk. Leraren kiezen een school, en blijven of vertrekken. Salaris speelt mee, net als professionele ruimte en goede collega’s. De digitale werkomgeving vergeten we vaak. Een leraar die ’s ochtends eerst tien minuten met een haperend digibord worstelt, voor één leerling drie systemen opent en cijfers dubbel invoert, ervaart dat als werkdruk. Een leraar bij wie alles gewoon werkt, merkt niets. Dat is precies de bedoeling.
Geen school lost het tekort alleen op. Wel kan elk bestuur zijn eigen positie verbeteren. Vier stappen die ik besturen aanraad:
De derde stap vraagt de meeste regie. Een lokaal met schermen is zo ingericht. Roosters afstemmen over locaties, leraren meenemen en de schoolcultuur laten meebewegen kost maanden. Dat is veranderwerk, en het loopt vast als niemand er eigenaar van is.
De webcamdocent was in 2019 een provocatie. In Zeeuws-Vlaanderen redt het scherm een vak dat anders zou verdwijnen. De leraar vervangen kan het niet. Welk uur verloor jouw leraar deze week aan iets wat een systeem had kunnen doen?
Volgende stap. Wil je technologie op jullie scholen inzetten om leraren tijd en bereik terug te geven, en niet andersom? Ik help als verandermanager of verzorg een lezing of workshop over AI voor je team. Of plan eerst een gratis kennismaking van 45 minuten.
Lees ook. De digicoach als sleutelfiguur: waarom scholen deze rol serieuzer moeten nemen en AI is geen applicatie: AI-infrastructuur in het onderwijs.
Bron: cijfers over het lerarentekort (peildatum 1 oktober 2025) via Centerdata, Nieuwe onderzoeken onderwijsarbeidsmarkt (18 december 2025) en Rijksoverheid, Kamerbrief lerarenstrategie december 2025; cijfers vo 2024 via VO-raad, Tijdelijke afname tekorten met grote regionale verschillen; cijfers po 2024 via Arbeidsmarktplatform PO, Personeelstekort in het po: feiten en cijfers; Extended Classroom via VO Zeeuws-Vlaanderen.
Technologie die de leraar tijd kost, vergroot het tekort.
Ik help teams AI inzetten vanuit de taken van de leraar. Lezing of workshop AI
Ik gebruik cookies om te zien welke pagina's gelezen worden en om video's te kunnen tonen. Je kiest zelf; je keuze wordt een jaar onthouden.