Mijn Blog
Blog, Optimaal Digitaal21 juli 2026

AI is geen applicatie: AI-infrastructuur in het onderwijs

Door Paul Ossewold

Over een keuze die vaak al gemaakt is voordat iemand hem uitspreekt

Bijna elk gesprek dat ik de laatste tijd voer, begint op dezelfde plek. Privacy. De AI Act. Digitale geletterdheid. Soms de vraag welke chatbot nu het beste presteert. Herkenbare, bestuurlijke onderwerpen. En bijna elk gesprek kantelt op een gegeven moment, meestal zonder dat iemand het aankondigt. Ineens gaat het over GPU’s, lokale modellen, API’s, tokens, servers, thuiswerken en beheer. De techniek heeft dan, ongemerkt, de agenda overgenomen.

Dat kantelpunt boeit me. Want daar ontstaat volgens mij de bestuurlijke opgave rond AI-infrastructuur in het onderwijs — niet in de techniek zelf, maar in het moment waarop niemand meer stuurt.

Van applicatie naar voorziening

We behandelen AI nog steeds alsof we software aanschaffen. Een applicatie, zoals een tekstverwerker of een leerlingadministratiesysteem: je koopt hem, je rolt hem uit, je beheert hem. Maar AI gedraagt zich anders. Ze vraagt voortdurend om rekenkracht, keuzes, beheer en geld. Niet als iets wat je koopt, maar als iets wat je exploiteert.

Een applicatie koop je in. Een voorziening exploiteer je.

Het eigenaarschap dat terugkeert

Die verschuiving is niet nieuw. De cloud bracht ons vijftien jaar geleden iets vergelijkbaars. We dachten dat het over mailboxen, opslag en licenties ging, maar de grootste verandering bleek organisatorisch: scholen besloten, langzaam en bijna ongemerkt, dat ze niet langer eigenaar hoefden te zijn van hun eigen infrastructuur. Niemand riep dat besluit hardop om. Toch is het genomen. Dat besef groeit inmiddels breder: ook Kennisnet pleit voor publieke regie over onze digitale infrastructuur, juist nu de eerste AI-voorzieningen worden gebouwd.

Bij AI zie ik dezelfde beweging, alleen sneller. Een school maakt kennis met AI via een abonnement. Vast bedrag per gebruiker, techniek buiten beeld, overzichtelijk. Tegelijk ontstaan de eerste experimenten: agentic AI, een orkestratieplatform, een lokaal taalmodel op een eigen server. Logische experimenten, want zonder nieuwsgierigheid geen innovatie. Maar geslaagde experimenten hebben een vervelende eigenschap: ze blijven zelden experiment.

Iedere organisatie kent het patroon. Eerst gebruikt één iemand de oplossing. Dan een team. Dan wordt er thuis mee gewerkt, komen er koppelingen bij, ontstaat afhankelijkheid. Op geen enkel moment heeft iemand besloten dat die oplossing bedrijfskritisch werd. Toch is dat wat er gebeurt.

Wie wordt eigenaar van de AI-infrastructuur?

Daarom is de eerste vraag wat mij betreft niet: cloud, lokaal of hybride? De eerste vraag ligt eronder. Welke onderdelen van deze voorziening willen we zélf bezitten? Wie wordt eigenaar van de exploitatie? Hoe meten we gebruik? En wanneer is een experiment geen experiment meer?

Neem de discussie over tokenkosten. Die wordt gevoerd alsof de keuze simpel is: betalen per gebruik, of investeren in een eigen server. Maar je kiest niet tussen wél of niet betalen. Je kiest tussen kostenstructuren. De rekening verdwijnt niet, die verandert van vorm.

Voor het whitepaper heb ik het doorgerekend voor één alledaagse toepassing bij een stichting met meerdere scholen. Een eigen server van 12.000 euro blijkt in exploitatie 12.600 tot 20.100 euro per jaar te kosten: elk jaar opnieuw ongeveer de aanschafprijs, of meer. De hardware is daarvan het kleinste deel, zo’n 3.000 euro aan afschrijving. De rest is stroom, koeling, monitoring en vooral beheer. Dezelfde taken kosten in de cloud enkele honderden euro’s per jaar, en het omslagpunt waarop lokaal goedkoper wordt ligt ver boven wat een organisatie van die omvang produceert. De aannames staan in het whitepaper.

Dat maakt een lokale AI-omgeving niet verkeerd. Soms is ze juist verstandig. Maar wie voor lokaal kiest, kiest er een organisatie bij: één die dat platform veilig, betrouwbaar en toekomstbestendig houdt. Dat is dezelfde opgave die bepaalt of een digitale verandering überhaupt beklijft. Geen technisch detail, maar een bestuurlijke keuze.

Om die reden ben ik een whitepaper gaan schrijven. Niet om één architectuur te verdedigen, en niet over het beste model of de snelste GPU. Wel over eigenaarschap, governance en exploitatie — en over de eenvoudige vraag die daaronder ligt: wat vraagt iets van je organisatie zolang het in gebruik is?

Misschien kiest jouw organisatie uiteindelijk volledig voor de cloud. Misschien voor hybride, of voor een klein lokaal platform. Welke het wordt, is niet mijn punt. Mijn punt is dat die keuze bewust wordt gemaakt, met zicht op de organisatie erachter en niet alleen op de techniek ervoor.

Want gemaakt wordt hij toch. De enige vraag is of iemand hem hardop uitspreekt — of dat hij, net als bij de cloud, weer geruisloos genomen wordt.