Mijn Blog
Blog, Optimaal Digitaal01 mei 2026

Duurzame ICT-keuzes voor scholen: meer dan een groene sticker

Door Paul Ossewold

Een groene sticker op de doos zegt weinig. De vraag die er echt toe doet, stel je pas als het apparaat al jaren in de klas staat.


In de besturen waar ik werk, staat bijna altijd ergens een kast. Soms in de kelder, soms achter de conciërgeloge. Daarin liggen laptops en Chromebooks die niemand meer gebruikt, met de stekkers er nog aan. Niemand weet precies wat erop staat. Niemand heeft besloten wat ermee moet gebeuren. Ze liggen er gewoon.

Die kast vertelt meer over duurzame ICT op scholen dan het duurzaamheidsverslag van welke leverancier ook. Bij een aanbesteding voor apparaten of cloudinfrastructuur gaat het gesprek over prijs, licenties en specificaties. Over het einde van de levensduur praat bijna niemand. Terwijl daar, en in de jaren ervoor, de meeste milieuwinst te halen valt.

Ik snap waarom het zo gaat. Een bestuurder heeft het lerarentekort, de begroting en het Normenkader IBP FO op zijn bord. De CO₂ van een datacentrum in Ierland staat daar ver achter. Toch loont het om één vraag serieus te nemen: hoe lang gaat een apparaat bij ons mee, en waarom niet langer?

Waar de voetafdruk echt zit

Wie aan de milieubelasting van ICT denkt, denkt al snel aan stroom. Aan servers die dag en nacht draaien. Dat is niet onterecht. Volgens het Internationaal Energieagentschap gebruikten datacentra in 2024 ongeveer 1,5 procent van alle elektriciteit ter wereld, en dat aandeel groeit hard, mede door AI.

Maar bij de apparaten in je school ligt het anders. Het grootste deel van de klimaatimpact van een laptop ontstaat vóór je hem voor het eerst aanzet: bij de winning van grondstoffen, de productie van chips en het transport. TCO Certified, een onafhankelijk keurmerk voor ICT-producten, rekende voor dat bij een laptop die na drie jaar wordt afgedankt het overgrote deel van de totale uitstoot uit de productie komt. Het gebruik zelf valt daarbij in het niet.

De meest duurzame laptop is dus de laptop die je al hebt.

Duurzame ICT op scholen begint bij de levensduur

In het onderwijs gaan apparaten vaak korter mee dan nodig. Na drie of vier jaar gaan ze eruit. Niet omdat ze stuk zijn, maar omdat het beleid dat zo voorschrijft, omdat de leaseperiode afloopt of omdat de software ze niet meer ondersteunt.

Dat laatste zagen we rond 14 oktober 2025, toen Microsoft stopte met de ondersteuning van Windows 10. Scholen stonden voor de keus: upgraden, verlengde beveiligingsupdates kopen of vervangen. Apparaten die technisch prima werkten maar niet geschikt waren voor Windows 11, gingen in één klap richting afvalstroom. Een levensduur die op papier vastligt, blijkt in de praktijk vaak door een leverancier bepaald.

Toch heb je als school meer invloed dan je denkt. Google beloofde in 2023 dat Chromebooks die vanaf 2021 op de markt kwamen tien jaar lang automatische updates krijgen. Dat soort toezeggingen hoort in je aanbestedingseisen, net als repareerbaarheid en de beschikbaarheid van onderdelen. En de rekensom is overtuigend. Volgens dezelfde analyse van TCO Certified daalt de jaarlijkse uitstoot van een laptop met ongeveer een kwart als je hem vier jaar gebruikt in plaats van drie.

Langer gebruiken vraagt wel iets van je organisatie. Goed apparaatbeheer, een vaste routine voor updates, een batterij die je kunt vervangen, iemand die schermen en toetsenborden repareert in plaats van het hele apparaat af te schrijven. En het vraagt om duidelijkheid over wie waarvoor aan de lat staat. Daarover schreef ik eerder in Wie is verantwoordelijk voor leerlingdevices?

Refurbished apparatuur verdient in dat verhaal een serieuze plek. Een fabrieksmatig opgeknapte laptop van een vorige generatie is voor tekstverwerking, de elektronische leeromgeving en toetsen vaak ruim voldoende. Hij kost minder en voorkomt dat bestaande hardware voortijdig op de afvalberg belandt. Neem het op als optie in je aanbesteding en laat leveranciers zien wat ze kunnen.

Terug naar de kast

Ooit is een apparaat echt op. Wat dan? In veel scholen is het antwoord: de kast, of een container bij het grofvuil. Beide zijn slecht. Wereldwijd ontstond in 2022 zo’n 62 miljard kilo elektronisch afval. Volgens de Global E-waste Monitor van de Verenigde Naties werd daarvan maar 22,3 procent aantoonbaar ingezameld en gerecycled.

Bovendien zit er in die kast een privacyrisico. Een laptop van een mentor bevat soms leerlingdossiers, verzuimgegevens, een opgeslagen wachtwoord. Een gecertificeerde verwerker wist gegevens aantoonbaar, levert een certificaat per apparaat en zorgt dat bruikbare onderdelen een tweede leven krijgen. Zo’n afvoerprotocol is meteen een informatiebeveiligingsmaatregel. Voor een bestuur dat met het Normenkader IBP FO aan de slag is, hoort dit dus gewoon op de lijst.

De cloud is ook ergens een gebouw

De meeste scholen werken met Microsoft 365 of Google Workspace. Die leveranciers publiceren klimaatdoelen en investeren in duurzame energie. Maar hoe je hun omgeving gebruikt, bepaal je zelf.

Opslag voelt gratis, dus bewaren we alles. Oude klassenmappen, dubbele video’s, accounts van leerlingen die al jaren van school zijn. Een retentiebeleid dat vastlegt wat je bewaart, hoe lang en waarom, is vooral een privacymaatregel. Minder opslag is dan een mooie bijvangst. Hetzelfde geldt voor licenties. Wie jaarlijks nagaat welke licenties nog echt gebruikt worden, bespaart geld en ruimt meteen digitale ballast op. Dat hoort thuis in een beleidsrijke ICT-begroting, als vaste jaarlijkse ronde.

En vraag ernaar. Bij een aanbesteding of een leveranciersoverleg mag je gewoon informeren naar de herkomst van de stroom, de klimaatdoelen en de rapportage daarover. Een leverancier die daar geen helder antwoord op heeft, vertelt je ook iets.

Samen eisen stellen

Eén school die om tien jaar updates vraagt, maakt weinig indruk. Nederland telt ruim 6.500 scholen in het primair onderwijs en zo’n 1.450 vestigingen in het voortgezet onderwijs. Wie samen inkoopt, via een gezamenlijke aanbesteding of een coöperatie als SIVON, heeft onderhandelingsruimte. Die ruimte gebruiken we nu vooral voor de prijs. Ze kan net zo goed naar levensduur, repareerbaarheid en terugname aan het eind.

Weet je niet waar je als bestuur staat met je apparatenpark, je afvoer en je cloudomgeving? Begin dan met kijken. Een inventarisatie brengt in een paar weken in kaart wat er staat, wie het beheert en waar de kasten zijn. Letterlijk.

Wat leerlingen zien

Er is nog een reden om dit serieus te nemen. Scholen leren leerlingen kritisch nadenken over klimaat en grondstoffen. In aardrijkskunde en biologie komen grondstoffen, mijnbouw en afval langs. Dezelfde leerlingen krijgen na drie jaar een nieuwe laptop, terwijl de oude nog werkte.

Het gaat om consistentie. Een leerlingenraad die meedenkt over de vervangingscyclus of het afvoerbeleid, ziet vaak dingen die een beleidsmaker mist. En leerlingen begrijpen deze onderwerpen prima. Ze dragen de apparaten immers elke dag in hun tas.

Drie vragen die je in het volgende overleg met je ICT-coördinator of leverancier kunt stellen:

  • Hoe lang gaan onze apparaten gemiddeld mee, en komt dat door slijtage of door gewoonte?
  • Kunnen we aantonen wat er gebeurt met een afgedankt apparaat waar persoonsgegevens op stonden?
  • Wat weten we over het klimaatbeleid van onze cloudleverancier, en hebben we er ooit naar gevraagd?

Het antwoord op die eerste vraag zegt veel. En dan blijft er nog één over: wie gaat er deze week eens in die kast kijken?


Volgende stap. Wil je weten hoe jullie apparatenpark, afvoer en cloudomgeving ervoor staan? Start met een inventarisatie digitaal veilig onderwijs of zet een verandermanager in om de vervangingscyclus anders in te richten. Of plan eerst een gratis kennismaking van 45 minuten.

Lees ook. Onstuurbaar of nooit gemeten: beleidsrijk begroten en de ICT-begroting en AI is geen applicatie: AI-infrastructuur in het onderwijs.


Bronnen: IEA, Energy and AI (2025); TCO Certified, Extend the life of your notebook; UNITAR en ITU, Global E-waste Monitor 2024; Google, Chromebooks will get 10 years of automatic updates (2023); SIVON, Windows 10 support stopt; OCW in cijfers, aantal scholen po en aantal vo-scholen.