Kennis Artikelen
Blog, Digitale Veiligheid29 oktober 2026

AI-verordening in het onderwijs: uitstel is geen vrijstelling

Door Paul Ossewold

In menige bestuursagenda stond hij aangestreept: 2 augustus 2026. Op die dag zouden de zwaarste eisen van de AI-verordening gaan gelden, ook voor scholen. Toelating, toetsing, systemen die iets over een leerling voorspellen. Die datum is opgeschoven, en de reactie die ik daarop het vaakst hoor, laat zich raden: mooi, dan hoeft het nog niet.

Ik snap die reactie. De agenda is vol, de deadline lag al ver weg en nu ligt hij nog verder. Toch klopt de opluchting maar half. Een deel van de verordening geldt gewoon, en over een paar weken komt er iets bij.

Wat er is verschoven

Via de zogeheten Digital Omnibus heeft de Europese Unie de AI-verordening op een paar punten aangepast. De wijziging is op 24 juli 2026 gepubliceerd en op 27 juli in werking getreden. Voor scholen is één verschuiving het belangrijkst: de eisen voor zelfstandige hoog-risicosystemen uit Bijlage III, waar onderwijs onder valt, gelden nu vanaf 2 december 2027. Voor AI die is ingebouwd in producten uit Bijlage I wordt dat 2 augustus 2028.

Om welke systemen gaat het? Om AI die meebeslist over toelating, die leerlingen beoordeelt of indeelt, of die een rol speelt bij toetsing en examinering. Precies de toepassingen die het dichtst bij het lot van een individuele leerling komen. Voor die systemen gelden straks uitgebreide eisen rond risicobeheer en menselijk toezicht.

Wat al geldt

Daar staat tegenover dat een groot deel van de verordening al loopt. De verboden praktijken gelden sinds februari 2025, en daarmee ook de plicht om te zorgen dat mensen die met AI werken voldoende AI-geletterd zijn. Die plicht uit artikel 4 is door de aanpassing niet verdwenen. Voor een school betekent dat: wie AI inzet, zorgt dat de mensen die ermee werken weten wat ze doen.

Sinds 2 augustus 2026 gelden bovendien de transparantieverplichtingen uit artikel 50. De kern is eenvoudig. Wie met een AI-systeem praat, moet weten dat er geen mens aan de andere kant zit, en tekst of beeld die door AI is gemaakt moet als zodanig herkenbaar zijn. Voor de klas is dat concreter dan het klinkt. Denk aan het oefenmateriaal dat een docent laat genereren, aan beeld dat een leerling voor een werkstuk maakt, aan een assistent die vragen van ouders beantwoordt. De verordening verbiedt dat gebruik niet. Ze vraagt er openheid over.

Wat er op 2 december 2026 verandert

Dan de datum die nu dichtbij komt. Op 2 december 2026 loopt de korte uitloop af voor de machineleesbare markering van AI-gegenereerd materiaal bij generatieve systemen die al vóór augustus in gebruik waren. Vanaf dezelfde dag geldt een nieuw verbod op het met AI maken en verspreiden van niet-consensueel intiem beeldmateriaal en van materiaal van seksueel kindermisbruik.

Voor wie met jongeren werkt, is dat laatste geen abstractie. Het hoort thuis in je gesprekken over veiligheid en in je protocollen voor incidenten, naast pesten en sexting.

Zestien maanden voorbereiding

De verschuiving van de hoog-risico-eisen is dus geen vrijstelling. Als een school een AI-systeem gebruikt, is de school gebruiksverantwoordelijke. Dat blijft zo, met of zonder uitstel.

Voor die rol bestaat inmiddels gereedschap. SIVON bracht op 1 april 2026 samen met Kennisnet een toetsingskader uit dat de verordening vertaalt naar de onderwijspraktijk. Het richt zich op de AI die leveranciers in hun producten bouwen en helpt je wegen of een systeem onder de regels valt en welke maatregelen nodig zijn. Een lijstje om af te vinken is het niet. Het werk loopt door de school heen, van de inkoop tot de docent die het systeem gebruikt.

Wat kun je met de tijd tot december 2027 doen? Begin met weten wat er speelt. Welke systemen in jouw school voorspellen, adviseren of delen in over een leerling? Bij hoeveel daarvan weet je zeker of er AI in zit, en wat die AI met de gegevens van kinderen doet? Dat overzicht kun je vandaag maken. Het kost geen euro aan software en het is de basis onder alles wat daarna komt.

Wie in december 2027 begint, ontdekt pas dan welke keuzes er in de jaren daarvoor stilzwijgend zijn gemaakt. Wie nu begint, kan die keuzes bewust maken.

De vraag onder de deadline

Een deadline beantwoordt één vraag: wat mag? Dat is de juridische vraag, en die is belangrijk. Daaronder ligt een pedagogische vraag die in geen enkele verordening staat. Waarom zetten we dit systeem in, en wat leren leerlingen ermee of nemen we hun juist uit handen? Het antwoord daarop bepaalt of een AI-systeem in de klas iets toevoegt.

Over die laag schreef ik eerder in de whitepaper AI is geen applicatie. Wie AI als losse tool behandelt, regelt de juridische kant en mist de keuzes die eronder liggen.

Als het morgen december 2027 was, welke AI-systemen in jullie school zou je dan niet kunnen verantwoorden?


Volgende stap. Wil je met je team of bestuur scherp krijgen wat AI voor jullie onderwijs betekent? Bekijk de lezing AI in het onderwijs of plan een gratis kennismaking van 45 minuten.

Lees ook. De themapagina Digitale veiligheid en Digitale autonomie in het onderwijs.