Regie is een woord met een belofte, en in het gesprek over digitale autonomie hoor je het steeds vaker. Iemand heeft grip en kiest de richting, zodat de rest rustig kan doorwerken.
In Den Haag valt het woord de laatste maanden opvallend vaak. In een Kamerbrief van 25 juni 2026 schetst OCW de contouren van een regieplan voor de digitalisering van het funderend onderwijs. De richting is helder: scholen moeten minder afhankelijk worden van een klein aantal grote, vaak niet-Europese techbedrijven, en publieke regie met heldere kaders moet daarbij helpen. De PO-Raad en de VO-raad noemen digitale autonomie inmiddels een randvoorwaarde voor toekomstbestendig onderwijs.
Goed dat dit gebeurt. Toch zit er in dat woord regie iets wat je makkelijk over het hoofd ziet. Een deel ervan kun je simpelweg niet aan Den Haag overlaten.
Op het moment dat ik dit schrijf, is het regieplan zelf nog niet gepubliceerd. De brief van juni benoemt het probleem en wijst een richting aan; het plan is aangekondigd voor dit najaar. Wie nu zegt dat de kaders er liggen, loopt op de zaken vooruit.
Wel bekend is de opbouw. Het plan bundelt zes samenhangende thema’s, van digitaal veilig onderwijs tot digitale geletterdheid. SIVON is penvoerder van twee daarvan: digitale autonomie, en leermiddelen en leeromgevingen. Daaromheen lopen al concrete sporen, zoals het Edu-V-register voor afspraken over gegevensuitwisseling en het Open Source Program Office van SIVON. Samen sta je als sector sterker tegenover een leverancier die de spelregels bepaalt. Dat is de winst van sectorregie.
Sectorniveau is alleen geen schoolniveau.
Autonomie klinkt als een eigenschap van je systemen. Alsof je hem kunt aanschaffen zodra de juiste alternatieven en keurmerken er zijn.
Zo werkt het niet. Een bestuur dat meebeweegt met wat de markt aanbiedt, blijft afhankelijk, ook met de mooiste soevereine cloud van het land. Een bestuur dat weet welke afhankelijkheid het accepteert en waarom, houdt regie, ook als het voorlopig bij een grote Amerikaanse leverancier blijft. Het verschil zit in de vraag of je die keuze zelf hebt gemaakt.
Een kader laat zien wat kan. Het zegt niet welke publieke waarde jouw school zwaarder laat wegen, of welke prijs je wilt betalen voor welke vorm van onafhankelijkheid. Dat is ook de taak van een landelijk plan niet. Het is de taak van een bestuur.
Volledige onafhankelijkheid bestaat trouwens niet. Je blijft afhankelijk van een netwerk, een standaard of de kennis van een paar mensen in je eigen organisatie. De vraag is welke afhankelijkheid je bewust aangaat en welke je te riskant vindt om te laten bestaan.
Zodra een plan wordt aangekondigd, hoor ik aan bestuurstafels vaak dezelfde zin: “Laten we het regieplan even afwachten, dan weten we waar we aan toe zijn.”
Dat klinkt verstandig en het is netjes naar het proces. Het is ook een besluit dat niemand hardop neemt. In de maanden dat je wacht, verlengen contracten zichzelf en groeit de hoeveelheid data bij die ene leverancier. Als het plan er ligt, sta je waar je nu staat, met minder tijd om te bewegen.
Een kader dat gezamenlijke inkoop mogelijk maakt, kun je pas benutten op het moment dat jouw contract openligt. En een advies om je afhankelijkheid te verkleinen helpt weinig als je niet scherp hebt welke processen op welke leverancier draaien.
Alles wat het regieplan straks van je vraagt, begint bij overzicht. Dat overzicht kan geen landelijke partij voor je maken, want niemand buiten je bestuur kent jouw contractenkast.
Maak een startfoto van je afhankelijkheden op één A4. Welke leveranciers zijn onmisbaar voor het primaire proces, en wat gebeurt er als er één wegvalt of fors duurder wordt? Waar staat welke data, en onder wiens voorwaarden?
Zet de looptijden van je contracten ernaast. Dat lijkt administratie. Het is je bewegingsruimte.
Voer daarna het gesprek dat de brief aanjaagt alvast aan je eigen tafel. Het gaat dan niet over welke tool je kiest, maar over welke afhankelijkheid je nog aanvaardbaar vindt. Je ICT-coördinator of applicatiebeheerder kan het overzicht leveren. De afweging hoort bij directie en bestuur, en net zo goed aan de tafel van het intern toezicht als het gesprek over de financiële reserves.
Hoe dit in de praktijk werkt, zie ik bij het leerlingvolgsysteem. Daar wordt elke dag beslist over rollen, rechten en inrichting, vaak zonder dat iemand weet dat het een keuze was. Over die verschuiving van verantwoordelijkheid naar regie schreef ik onlangs het artikel Regie op het leerlingvolgsysteem en het e-boek Van onrust naar regie. Het mechanisme is hetzelfde als bij digitale autonomie: wie zijn keuzes niet zichtbaar maakt, laat ze door een ander maken.
Het regieplan kan je een speelveld geven. Welke afhankelijkheid jullie bewust aangaan en welke je wilt afbouwen, beslis je aan je eigen bestuurstafel.
Van welke leverancier zijn jullie zo afhankelijk dat uitval je onderwijs binnen een week zou stilleggen?
Volgende stap. Wil je je afhankelijkheden in kaart hebben voordat het regieplan er ligt? Plan een gratis kennismaking van 45 minuten.
Lees ook. AI is geen applicatie: AI-infrastructuur in het onderwijs en de themapagina Optimaal digitaal.
Het regieplan voor de digitalisering van het funderend onderwijs is aangekondigd. Het geeft de sector een speelveld. Welke afhankelijkheid jouw bestuur bewust aangaat en welke je wilt afbouwen, blijft een keuze aan je eigen tafel.
25 juni 2026. Kamerbrief van OCW over de contouren van het regieplan.
Zes thema’s. Het plan bundelt onder meer digitaal veilig onderwijs, digitale autonomie, leermiddelen en leeromgevingen, en digitale geletterdheid. SIVON is penvoerder van digitale autonomie en van leermiddelen en leeromgevingen.
Lopende sporen. Het Edu-V-register voor afspraken over gegevensuitwisseling en het Open Source Program Office van SIVON.
Het regieplan zelf. Aangekondigd voor het najaar van 2026.
Bijgewerkt: oktober 2026.
Zet per onmisbare leverancier op een rij:
De opzegtermijn is het veld dat het vaakst ontbreekt. Het is ook het veld dat bepaalt of je nog iets te kiezen hebt.
Hoe regie er in het klein uitziet, lees je in Regie op het leerlingvolgsysteem. Het e-boek Van onrust naar regie geeft vier bouwblokken en werkvormen voor bestuur en MT.
Ik gebruik cookies om te zien welke pagina's gelezen worden en om video's te kunnen tonen. Je kiest zelf; je keuze wordt een jaar onthouden.