Mijn Blog
Blog, Optimaal Digitaal06 februari 2026

Van krijt naar cloud: wat onderwijs en bedrijfsleven van elkaar kunnen leren

Door Paul Ossewold

Ik begon mijn werkende leven met een krijtje in mijn hand en stond dertig jaar later aan het hoofd van de digitale operatie van een internationaal bedrijf. Toen ik in 2017 terugkwam in het onderwijs, zocht iedereen de achterstand in de techniek. Ik vond hem ergens anders.


Het eerste gesprek als digitaal adviseur met een nieuw bestuur begint vaak met dezelfde vraag. Iemand kijkt naar mijn loopbaan, ziet het bedrijfsleven staan en zegt: “Jij hebt het allebei gezien. Hoe ver lopen wij achter?” Het klinkt als een eerlijke vraag. Toch zit er een aanname in die ik al jaren probeer los te wrikken: dat onderwijs en bedrijfsleven op dezelfde baan lopen, en dat de een de ander moet inhalen.

In 2020 schreef ik er twee blogs over, onder de titel “Onderwijs kan bedrijfsleven prima bijbenen”. Dat vind ik nog steeds. Maar na bijna tien jaar als digitaal adviseur in het funderend onderwijs weet ik beter waarom, en ook waar het schuurt.

Eén loopbaan, twee werelden

Van 1987 tot 1999 was ik leraar basisonderwijs, een deel van die jaren in Madrid. Daarna volgde een ICT-opleiding en een baan in de IT-ondersteuning bij het Joegoslavië-tribunaal van de Verenigde Naties in Den Haag. Een organisatie waar dossiers bewijsstukken zijn, leert je snel dat zorgvuldigheid met informatie geen bijzaak is. Vervolgens werkte ik tien jaar bij Priva in De Lier, een technologiebedrijf voor tuinbouw en gebouwen, waar ik doorgroeide tot VP Digital Operations. Sinds 2017 werk ik onder de vlag van ossewold.net voor schoolbesturen.

Het lijkt een omweg. In de klas leerde ik hoe mensen leren. In het bedrijfsleven leerde ik hoe organisaties veranderen, en vooral hoe ze daarin vastlopen. Wie ik ben en waar ik vandaan kom, lees je op de pagina over mij. Hier gaat het om wat ik onderweg zag.

Kan het onderwijs het bedrijfsleven bijbenen?

Bij Priva kon een besluit op maandag vallen en een maand later in gebruik zijn. Er was een lijn en een eigenaar. Op school werkt dat anders. Een leraar die de deur van het lokaal dichtdoet, heeft meer ruimte om een nieuw systeem te negeren dan welke medewerker ook in het bedrijf waar ik werkte. Een uitrol die in het bedrijfsleven in weken klaar is, staat op school in juni nog op de agenda van de teamvergadering.

Van buiten ziet dat eruit als achterstand. Van binnen is het een ander mechanisme. Een school kan een leraar niet zomaar opdragen om anders les te geven, en dat is ook goed zo. Het vak rust op professionele ruimte. Dat betekent dat verandering in het onderwijs via overtuiging moet lopen, les voor les, sectie voor sectie.

Ik hoor de tegenwerping al: scholen zijn soms gewoon traag. Klopt. Een besluit over een nieuwe leeromgeving kan jaren rondgaan zonder dat iemand de knoop doorhakt. Maar die traagheid zit zelden in de techniek. Hij zit in een ontbrekende richting, of in een bestuur dat geen keuze durft te maken. Dat is geen onderwijsprobleem. Dat zag ik in het bedrijfsleven net zo vaak, alleen verstopt achter kwartaalcijfers.

Wat het bedrijfsleven het onderwijs kan leren

De organisaties die ik zag slagen, begonnen bij de vraag wat ze wilden bereiken. De technologie kwam daarna, als antwoord. In het onderwijs draait die volgorde nog vaak om. Er ligt een aanbieding voor laptops, een subsidie voor digiborden of een nieuw platform dat de buurschool al gebruikt, en de visie wordt er achteraf omheen geschreven.

Een tweede les: ICT hoort bij het primaire proces. In het bedrijfsleven zag ik IT verschuiven van de afdeling van kabels, wifi en wachtwoorden naar de tafel waar het bedrijf bepaalt hoe het zijn klanten bedient. Op veel scholen staat de ICT-coördinator nog steeds in dat eerste hokje. Terwijl juist hij of zij, samen met de digicoach die leraren begeleidt, kan laten zien wat er in de les mogelijk is.

De derde les gaat over leiderschap. Het tempo van verandering hangt meer af van de leidinggevende dan van het budget of de externe adviseur. De leidinggevende die zelf gelooft in de richting en dat laat zien, maakt het verschil tussen een project dat landt en een project dat wegzakt in de waan van de dag. Uit die lessen groeide mijn transformatiemodel, zestien stappen in vier kwadranten, dat je terugvindt in mijn aanpak. Elke school vult het anders in, maar het voorkomt dat je begint bij de techniek.

Wat het onderwijs het bedrijfsleven voorheeft

In het bedrijfsleven is de klant koning. In 2020 schreef ik dat het onderwijs gerust de leraar centraal mag stellen, vanwege de cruciale rol die hij of zij speelt in de ontwikkeling van het kind. Daar sta ik nog steeds achter. Een school die digitaliseert zonder de leraar mee te nemen, digitaliseert langs de les heen.

Bovendien dwingt die professionele ruimte scholen tot iets wat bedrijven vaak overslaan: draagvlak verdienen. Een bedrijf kan een nieuw systeem invoeren en de mopperaars laten mopperen. Een school kan dat niet. Daardoor zie ik in het onderwijs vaker dan in het bedrijfsleven dat een verandering, als hij eenmaal landt, ook blijft staan.

En het gaat ergens over. Scholen bepalen mede welke leerlingen straks zeker en vaardig hun weg vinden in een digitale samenleving, en welke achterblijven. Die verantwoordelijkheid voelde ik bij Priva niet op dezelfde manier. In 2020 schreef ik: “We automatiseren wat we automatiseren kunnen om tijd vrij te maken voor de menselijke maat van empathie, passie en creativiteit.” In het onderwijs is die menselijke maat de reden van bestaan.

De digitaal adviseur in het funderend onderwijs als tolk

Wat ik in de besturen waar ik werk het vaakst zie, is geen gebrek aan kennis. Het is een gebrek aan vertaling. De bestuurder praat over begroting en risico. De ICT-coördinator praat over licenties, netwerken en beheer. De digicoach praat over wat leraren morgen in de les nodig hebben. En de leraar praat over de klas van vandaag. Iedereen heeft gelijk, en toch komt het niet samen.

Mijn loopbaan heeft me die talen geleerd, de een na de ander. Dat maakt me geen betere leraar dan de leraren met wie ik werk, en geen betere IT’er dan hun ICT-coördinator. Het maakt me wel iemand die het gesprek tussen hen op gang kan houden. Soms als adviseur, soms als verandermanager of kwartiermaker die een fusie, een migratie of een programma rond digitale geletterdheid een tijd trekt, tot de school het zelf kan dragen.

Scholen zijn zelden bang voor digitalisering zelf. Ze zijn bang om het fout te doen: leraren te verliezen, leerlingen te belasten, geld te steken in iets wat over drie jaar niemand meer gebruikt. Die angst verdwijnt pas als iemand de vraag achter de techniek hardop stelt.

Het krijtje waarmee ik in 1987 begon, was ooit ook nieuwe technologie. Niemand vraagt meer of het bord de les beter maakt. Het hoort erbij, omdat leraren het zich eigen hebben gemaakt, in hun eigen tempo. Welk deel van jullie digitale werk is al zo vanzelfsprekend als dat krijtje, en welk deel wacht nog op iemand die het aan de leraar uitlegt?


Volgende stap. Loopt jullie digitale verandering vast tussen bestuurskamer en klaslokaal? Lees hoe ik als verandermanager voor ICT in het onderwijs werk, of plan een gratis kennismaking van 45 minuten.

Lees ook. Tien jaar ossewold.net, en een cadeau in Mtangani en Mijn tien voorspellingen voor digitalisering in het funderend onderwijs tot 2030.